verantwoording sitemap mail

Het is niet eenvoudig om een beginpunt te nemen voor het beschrijven van de geschiedenis van Frankrijk. Beginnen met de Romeinen, die een groot deel van Frankrijk geciviliseerd hebben en bruggen en wegen hebben aangelegd - wereldwonders zoals de Via Domitia en de Pont du Gard - zou geen recht doen aan de Grieken die er ongeveer gelijktijdig waren. Om de holenmens uit Lascaux in de Dordogne of de prehistorische Man van Tautavel aan de voet van Pyreneeën, de oudst bekende mens in Europa, niet te vergeten.
En het zou vooral geen recht doen aan de onoverwinnelijke Galliërs, die voor altijd in de geschiedenis zijn verankert in de biografie van Asterix en Obelix.

 

2e eeuw voor Christus - 5e eeuw na Christus: Gallië

5e tot 10e eeuw: Het rijk der Franken

10e - 13e eeuw: Feodaal Frankrijk

14e - 15e eeuw: Honderdjarige oorlog en Jeanne d'Arc

16e eeuw: Renaissance

17e eeuw: De Zonnekoning

18e eeuw: De Revolutie

1792 - 1871: De Napoleon's

1850 - 1913: Industrialisatie

1914 - 1933: La Grande Guerre en Les Années Folles

1933 - 1955: De Tweede Wereldoorlog en de 4e Republiek

1956 - 1962: De Algerijnse crisis

1958 - 1968: De Gaulle

1968: De Mei-revolutie

 

2e eeuw voor Christus - 5e eeuw na Christus: Gallië

De belevenissen van Asterix en Obelix in het kleine Gallische dorpje spelen zich af in de periode van de 5e tot de 2e eeuw voor Christus.
Het grootste deel van het huidige Frankrijk wordt dan bewoond door verschillende Keltische volken. In de 2e eeuw voor Christus ontstaat uit die verschillende Keltische volken een land onder 1 koning: Gallië.

Al sinds de 5e eeuw voor Christus is het zuidelijk deel van Gallië gekolonialiseerd door de Grieken. Die hebben daar de havensteden (Nice, Antibes, Marseille, Agde) aan de Middellandsezeekust gevestigd en daar is een levendige bedrijvigheid op gang gekomen.
Intussen breidt de Romeinse invloed zich vanuit Rome verder uit. In het jaar 218 voor Christus trekt een Carthagisch leger vanuit Noord Afrika en Spanje langs de Middellandse zeekust op naar Italië: De legendarische Hannibal die met zijn olifanten bij Le Perthus de Pyreneeën doortrok.
Wanneer de Carthagen in het huidige Tunesië door de Romeinen verslagen zijn, nemen de Romeinen de Middellandse-Zeekust in. Ze vestigen koloniën in Aix en Provence, Narbonne en Toulouse. De stenen weg Via Domitia vormt de verbinding met Rome.
Onder invloed van de Grieken en de Romeinen ontstaat een geciviliseerde samenleving met knappe technologische hoogstandjes zoals het Aquaduct van Nimes ( Pont du Gard ).


Pont du Gard, Gard

 

Vanuit het zuiden rukken de Romeinen gaandeweg verder Gallië binnen. Aan het begin van onze jaartelling is het Romeinse rijk tot in Nederland uitgestrekt. De Rijn vormt de grens met de Germaanse volken. Het Romeinse rijk bestaat uit strategische vestingplaatsen, die door wegen met elkaar zijn verbonden. De vestingen groeien uit tot steden, waarvan sommigen wel meer dan 20.000 inwoners krijgen. De steden lijken veel op de hedendaagse steden. Een rechthoekig stratenpatroon met brede straten, openbare voorzieningen als badhuizen en theaters en stromend water van de aquaducten.


Nimes, Gard

Een strak gestructureerd civiel en militair bestuur houdt het rijk in stand, maar in de 3e eeuw groeit het de Romeinen boven het hoofd.
Vanuit het oosten vallen Goten, Vandalen, Franken en Allemannen het Romeinse rijk aan.
In een onrustige periode van 2 eeuwen wordt het Romeinse rijk stukje voor stukje afgebroken. De Franken krijgen de overhand in het noordelijk deel van Gallië.

 

5e tot 10e eeuw: Het rijk der Franken

Aan het begin van 6e eeuw weet de Frankische Koning Clovis en zijn zonen de alleenheerschappij over het westelijk deel van het Romeinse rijk te verkrijgen. De contouren van het huidige Frankrijk krijgen dan al vorm. Clovis kiest Parijs als zetel van zijn regering.
Het rijk van Clovis heet, naar zijn grootvader Meroveus, het Merovingisch rijk. In deze periode komt ook het Chistendom opzetten. Clovis laat zich dopen door de bisschop van Reims. De Gallisch-Romeinse beschaving verandert rond de 7e eeuw in een christelijke beschaving. Het middeleeuwse tijdperk breekt aan.

Met de val van het Romeinse rijk raken ook de Romeinse steden in verval. De bevolking ontvlucht de steden, waar pest-epidemieën heersen. Men gaat het land ontginnen. Hier ontstaat de Franse boerentraditie, maar behalve boeren staan ook soldaten in hoog aanzien bij de Merovingers. Daarmee neemt het geweld op het onbeschermde platteland toe. Autonome legers die in delen van Frankrijk de orde herstellen, bedreigen het bewind van de Merovingers.
In de 8e eeuw worden de Merovingers afgezet door de Karolingers, het rijk van Karel Martel.
Zijn kleinzoon, keizer Karel de Grote, brengt een groot leger op de been en breidt zijn grondgebied snel uit. Hij vestigt in 794 zijn hoofdstad in Aken. Het rijk omvat dan het grootste deel van Frankrijk, de Nederlanden, Duitsland en een stuk van Italië.


La Cité, Carcassonne, Aude

 

Het Karolingisch bestuur is sterk hiërarchisch ingericht. Een kleine groep van Frankische families vormen de rijksadel, waaruit de belangrijke bestuurlijke en kerkelijke posities worden gevuld.
Er ontstaat een nauwe verstrengeling tussen kerk en staat. Een stelsel van bisdommen, kloosters, kerken wordt aangevuld met scholen, waar Latijn en schrijven wordt onderwezen. Het grote rijk van Karel laat zich echter niet eenvoudig centraal besturen. Net als bij de Romeinen blijk het onmogelijk de eenheid te bewaren. In 843 wordt in het Verdrag van Verdun het Karolingisch rijk opgedeeld in 3 onafhankelijke koninkrijken. Het westelijk deel omvat het grootste stuk van het latere Frankrijk.

In de 10e eeuw is het gedaan met al deze rijken. Onder invloed van binnentrekkende Arabieren uit het zuiden, Noormannen uit het noorden en Magyaren uit het oosten neemt het geweld op het platteland weer toe. Het gezag concentreert zich in kleinere gebieden, van waaruit het eenvoudiger is de bevolking te beschermen. Er ontstaan Koninkrijken in Bourgondië, de Provence, Lotharingen, de Languedoc, Aquitanië Bretagne, Normandië en Vlaanderen.
Tegelijk ontwikkelt de techniek zich verder: Drassige landen kunnen met watermolens worden drooggemaakt en de door de uitvinding van de keerploeg wordt de landbouw efficiënter. De bevolking op de platteland neemt toe en er ontstaan dorpskernen rond de kerken. In de dorpen worden de oogsten verhandeld. Kooplui en handwerkslieden gaan hun diensten aanbieden aan de boeren.


Domme, Dordogne

 

10e - 13e eeuw: Feodaal Frankrijk

In 987 wordt Hugo Capet de eerste koning der Capetingers, een dynastie die het fundament van het huidige Frankrijk zal leggen en die tot de Franse revolutie aan de macht zal blijven.
Er is dan nog weinig eenheid tussen de versnipperde koninkrijkjes, waarvan sommigen er in slagen hun invloed te vergroten, zoals de Normandische Willem de Veroveraar, die in 1066 Engeland binnenvalt. Zijn erfgenamen besturen rond 1150 een rijk dat zich uitstrekt van Schotland tot aan de Pyreneeën en geheel west-Frankrijk omvat.
Maar de macht van kerk en staat breidt zich verder uit en leggen samen een hechte bestuurlijke grondslag waarbij de koning aan het hoofd van beiden staat. De lokale adel wordt steeds meer gedwongen om het centrale bewind te gehoorzamen. Er ontstaat een rolverdeling tussen "leenman" en "leenheer", die het feodale stelsel genoemd wordt.

De leenheer (waarvan de koning de hoogste in de orde is) gunt het gebruik van goederen aan leenmannen (de vazallen) . Die maken zich daardoor ondergeschikt aan de wil van hun leenheer. De leenman kan op zijn beurt weer een deel van de goederen aan een lager geplaatste leenman gunnen. Deze gunsten zijn overerfbaar.
Dit stelsel blijft voorbehouden aan de hogere klassen van de middeleeuwse samenleving.
De leden van die klasse moeten kerk en staat dienen en dat kan bijvoorbeeld door priester of ridder te worden.

Het feodale stelsel is tot op vandaag de dag diep geworteld in de Franse samenleving. Hoewel er na de Franse Revolutie andere tijden aanbraken blijft er sprake van een ingewikkelde, subtiele hiërarchie. In het bedrijfsleven, op de markt, in het café: Wie met wie handen schud, zoenen uitwisselt en je en jij mag zeggen - en wie daartoe het initiatief mag nemen - wordt nog steeds vastgesteld op basis van de feodale rolverhouding van gunstverlener en gunstverkrijger.


Peyrepertuse, Aude

 

Rond de 12e eeuw maakt het feodale stelsel dat de machtigste leenmannen zich in stenen kastelen gaan vestigen waar een micro-economie omheen groeit.
Het kasteel is de plaats waar het geld van de inningen binnenkomen, waar de ridders zich oefenen, de plek van waaruit het gezag wordt gehandhaafd en de plek waar ruimte is voor ontspanning door het lezen van geschriften of het opvoeren van spelen.

In de 13 eeuw ontstaat een meer professionele koninklijke bestuursvorm. Er komt een soort parlement, de rekenkamer die de staatsfinanciën in de gaten houdt en de koninklijke rechtbank, die een hoger beroep mogelijk maakt tegen vonnissen die door lagere rechtelijke machten in het koninkrijk zijn geveld. Er komt één muntsoort in geheel Frankrijk. Door de groei van de bevolking en de hogere opbrengsten van de landbouw komt het land tot grote bloei.

 

14e - 15e eeuw: Honderdjarige oorlog en Jeanne d'Arc

In de 14e en 15e eeuw is het echter gedaan met de voorspoed. Door het uitsterven van directe erfgenamen van de Capetingers komt het koningschap uiteindelijk bij een verre neef terecht, een positie die ook door het Engelse koningshuis opgeëist wordt. Deze erfrechtkwestie leidt van 1337 tot 1453 tot de honderdjarige oorlog met Engeland.
De oorlog, de rondtrekkende bendes gewelddadige soldaten en de pest ondermijnen het welvarende land. De bevolking neemt af en de landbouwopbrengsten worden lager.
In 1429 keert het tij echter. Onder aanvoering van Jeanne d'Arc weten de koningsgezinden de Engelsen bij Orléans te verslaan. Hoewel het later (in 1431) slecht afloopt met Jeanne als ze in Engelse handen valt en in Rouen op de brandstapel belandt, weet ze toch de Franse troon veilig te stellen en koning Karel VII in Reims tot koning te laten kronen.
Karel VII richt een koninklijk leger op waarmee hij de wilde hordes privé legers onder controle krijgt. De cavalerie en de infanterie beslechten uiteindelijk de honderdjarige Oorlog.
Onder Karel VII doet ook een modern belastingstelsel zijn intrede.

 

16e eeuw: Renaissance

Aan het begin van de 16e eeuw neemt de bevolking weer in aantal toe. De binnenlandse rust en orde zorgen ervoor dat de economie weer aantrekt. Koning Karel VIII en zijn opvolgers doen een poging Italië in te lijven en uit die oorlogshandelingen vloeit de renaissance voort: De Franse cultuur doet invloeden uit Florence en Rome op. Vooral in de bouwkunst is de Italiaanse inbreng goed te zien. In deze periode worden de beroemde kathedralen en de kastelen langs de Loire gebouwd.


Chambord, Loire

 

Door de opkomst van de boekdrukkunst kan de leer van Luther en Calvijn zich over Frankrijk verspreiden. De staat ziet deze protestantse invloed (in Frankrijk de Hugenoten genoemd) met lede ogen aan en begint rond 1560 op grote schaal de ketterij uit te roeien. Aan het eind van de 16e eeuw valt het land ten prooi aan godsdienstoorlogen, maar tegelijk tekent zich de nieuwe tijd af in de versterkte rol van het koningshuis. De absolute macht ligt bij de koning; uit zijn naam worden door ambtenaren "in den verre" de wetten van de centrale staat uitgevoerd. Een groot en goed georganiseerd leger kan naar believen van de koning worden ingezet en dat alles kan betaald worden uit een steeds efficiënter wordend belastingstelsel.
In 1624 wordt de zware taak van de koning deels uit handen genomen door een "eerste Minister", die buitengewone bevoegdheden heeft. Kardinaal de Richelieu is de eerste die dit belangrijke ambt bekleedt, en hoe: Onder zijn schrikbewind worden de godsdienstoorlogen beslecht, wordt de gezagsondermijnende rol van de lokale adel teruggedrongen en wordt de alom heersende rol van de staat verder bekrachtigd.

 

17e eeuw: De Zonnekoning

In 1643 treedt de Zonnekoning Lodewijk de veertiende aan. In 1661 laat hij het grootste en mooiste paleis van Europa bouwen als blijk van zijn macht: Versailles. Ondertussen worden er ook nog wat uitbreidingsoorlogen met buurlanden gevoerd, zoals tussen 1672 en 1678 tegen de Republiek der Nederlanden. Holland verovert hij niet, maar wel vele andere gebieden aan de randen van Frankrijk, zoals de streek rond Lille en de Elzas.
In 1715, als Lodewijk de veertiende overlijdt in een nog lang niet af Versailles, laat hij een groot Frans grondgebied na met enorme staatsschulden door het vele oorlog voeren.


Versailles, Yvelines

 

18e eeuw: De Revolutie

De gebiedsuitbreidingen nemen in de loop van de 18e eeuw verder toe: In 1768 wordt Corsica aan het Franse rijk toegevoegd en in 1776 Lotharingen. Daarmee heeft Frankrijk de vorm gekregen die het vandaag de dag nog heeft. Ook buiten Frankrijk, in het zuiden van Noord Amerika (rond New Orleans) en in het Caraïbisch gebied, wordt het Koninkrijk uitgebreid.
Om de steeds verder oplopende tekorten in de staatskas te vullen neemt de belastingdruk toe, terwijl de economie achteruitloopt. Het volk begint te morren tegen de rijkdom en machtswellust van het ancien régime, dat uit hun zak betaald wordt.
Door de strenge winter van 1788 mislukken de oogsten en neemt de armoede onder de bevolking verder toe. Hoewel er in Versailles gedacht wordt dat het tekort aan brood kan worden opgelost door de bevolking meer cake te laten eten, maken nieuwe "verlichte " denkbeelden over hoe de staat er uit zou moeten zien, de tijd rijp voor een revolutie.


Versailles, Yvelines

 

Op 14 juli 1789 wordt de Bastille bestormd door de inwoners van Parijs, maar in werkelijkheid is de revolutie al op 9 juli een feit. Het koningsgezinde parlement maakt dan plaats voor een gekozen raad die de feitelijke macht van de koning overneemt en een nieuwe grondwet instelt.
In augustus 1789 maakt deze gekozen Assemblée een einde aan het feodale stelsel.
Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap worden de nieuwe waarden in het nieuwe Frankrijk.
In de eerste jaren na de revolutie werken Assemblée en koning Lodewijk de zestiende nog samen, maar in 1791 komt het tot een breuk door de veroordeling van de revolutie door de katholieke kerk. Staat en kerk gaan niet langer samen. De vluchtende koning wordt in juni 1791 bij Varennes gearresteerd en in 1793 onder de guillotine gelegd.
Op 22 september 1792 wordt de 1e Republiek uitgeroepen.

Echt van een leien dakje gaat het nog allemaal niet. Er zijn vele binnen- en buitenlandse stromingen die hun greep op de macht willen versterken en uiteindelijk is het zowat overal in Frankrijk onrustig en gewelddadig. De guillotine draait overuren om de tegenstanders van het nieuwe bewind te onderwerpen. Onder leiding van eerste minister Robespierre slaat de revolutie om in een dictatuur, weliswaar van linkse snit, maar toch...

 

1792 - 1871: De Napoleon's

In de jaren na 1792 voert het Franse leger een aantal succesvolle veldtochten onder leiding van een jonge Corsicaanse Generaal: Napoleon Bonaparte. Als het thuisfront steeds verder aan chaos ten prooi valt, voert Napoleon Bonaparte in 1799 een staatsgreep uit om de controle over het stuurloze land te krijgen. In 1804 laat hij zich tot keizer kronen. De revolutie is beëindigd. Het oude koninkrijk heeft plaats gemaakt voor een keizerrijk, dat in feite ook alle macht op één plaats neerlegt: Bij keizer Napoleon.
Onder zijn leiding worden de Franse wetten geharmoniseerd. De Code Civil, het burgelijk wetboek, doet zijn intrede.

De keizer strekt zijn tentakels steeds verder in Europa uit. De veldtocht naar Moskou in 1812 is echter het breekpunt. De bevolking is de hoge dodentallen en de torenhoge belastingdruk door al die veldslagen meer dan zat. Ook bij vele buitenlanden zet de machtswellust van Napoleon kwaad bloed en als hij in juni 1815 bij Waterloo de slag tegen de Engelsen verliest is het afgelopen met het eerste Franse keizerrijk. Een koning keert terug op de troon en de tijden van vóór de revolutie lijken terug te keren, zodat deze periode de "restauratie" wordt genoemd.
Het zijn roerige tijden, waarin het herstel van de traditionele feodale rolverdeling en de burgerlijke vrijheden van na de revolutie tot hevige botsingen leiden. In 1848 is het alweer gedaan met het koninkrijk. In februari 1848 zetten de republikeinen koning Louis Philippe af. De 2e Republiek wordt een feit en op 10 december 1848 wordt Lodewijk Napoleon Bonaparte - neef van de keizer - gekozen tot president.


Rambouillet, Yvelines

 

De 2e Republiek is geen lang leven beschoren. President Lodewijk Napoleon heeft eigenlijk de ambitie om zijn keizerlijke neef op te volgen. In 1851 pleegt hij een staatsgreep, waarbij hij de Assembleé aan de kant schuift: Het 2e Keizerrijk is een feit en keizer Napoleon regeert zijn land met ijzeren hand.
In juli 1870 komt het 2e Keizerrijk echter tot een abrupt einde als de keizer in oorlog raakt met de Pruisen onder aanvoering van Bismarck. Het keizerlijke leger wordt echter ingesloten bij Sedan en op 2 september 1870 moet de keizer capituleren.
Het Keizerrijk maakt plaats voor de 3e Republiek, die op 28 januari 1871 de vrede met Duitsland tekent.

 

1850 - 1913: Industrialisatie

In de tweede helft van negentiende eeuw is het definitief gedaan met het feodale denken.
De stoommachine doet zijn intrede, niet alleen in de industrie, maar ook op de weg: De ijzeren weg (chemin de fer) ontsluit de landelijke gebieden en maakt het uitwisselen van goederen op grote schaal mogelijk. Rond 1870 is er al 17500 kilometer spoorlijn aangelegd die ook de afgelegen gebieden toegankelijk maakt.
Het is niet langer de koninklijke adel die de dienst uitmaakt, maar de burger"adel", de initiatiefrijke burgers die industrieën oprichten, spoorlijnen aanleggen en op grote schaal in goederen en geld handelen.

De economie groeit snel en rond 1860 worden de grote banken zoals Credit Lyonnais opgericht. In het noorden komt de steenkoolwinning op grote schaal op gang en tegen het eind van de 19e eeuw ontstaat de zware staalindustrie in het gebied rond Metz.
De bevolking trekt naar de steden, die grootscheeps gemoderniseerd worden. De Parijse perfect Hausmann pakt de verpauperde stad grondig aan en legt brede boulevards aan, waar het leger makkelijk uit de voeten kan om volksoproeren te bestrijden. Aan de boulevards komen fraai ontworpen, imposante gebouwen als de Opera en grote warenhuizen zoals Au Bon Marché (die nog steeds bestaat). In 1900 krijgt Parijs de eerste metrolijn.
De snel voortschrijdende technologie wordt tentoongesteld in een aantal grote "Wereld tentoonstellingen " in Parijs, waarvoor onder andere de Eiffel-toren, technisch wonder van de staalbouw, wordt gebouwd.


Champs du Mars met Eiffeltoren, Parijs

 

1914 - 1933: La Grande Guerre en Les Années Folles

Op 28 juni 1914 wordt de Oostenrijkse troonopvolger Frans Ferdinand in Sarajevo doodgestoken door een Serviër. Oostenrijk valt, geholpen door Duitsland, Servië binnen, dat op zijn beurt gesteund wordt door Rusland. Het conflict breidt zich snel uit tot, in augustus 1914, vrijwel alle Europese landen met elkaar in oorlog zijn: De Eerste Wereldoorlog, La Grande Guerre.
Het Duitse leger valt Frankrijk binnen via België, maar wordt bij Ieper, aan de Somme en langs de Marne bij Verdun tot staan gebracht. Een langdurige loopgravenoorlog ontwikkelt zich, waarbij beide partijen geen meter opschieten, maar wel enorme hoeveelheden soldaten de dood injagen. Het Franse volk komst steeds meer in opstand tegen de zinloze slachtpartijen en de steeds slechter worden oorlogseconomie, maar van opgeven - zoals in 1870 - kan geen sprake zijn.
In 1917 komen de Verenigde Staten te hulp. Gezamenlijk slagen de Geallieerden er in de herfst van 1918 in de Duitsers te verslaan. Op 11 november 1918 wordt in een spoorwagon in Compiègne de Frans/Duitse wapenstilstandsoveréénkomst getekend.
O 28 juni 1919 wordt - na eindeloze onderhandelingen - de Eerste Wereldoorlog beëindigt door het tekenen van de vrede in Versailles.
Ruim 1,3 miljoen jonge fransen zijn in de oorlog omgekomen en in het noorden van het land zijn de grote agrarische gebieden totaal verwoest. De vruchtbare grond zit vol niet ontploft oorlogstuig. Frankrijk heeft de oorlog ditmaal gewonnen, maar zit economisch aan de grond.


Wissant, Pays de Calais

 

Op de resten van het verwoeste land groeit echter de nieuwe wereld. Bruisende feesten, vernieuwende jazz-muziek, die over komt waaien uit Amerika en avant-gardistische kunst maakt dat de periode tussen 1920 en 1930 "Les Années Folles" (de wilde jaren) genoemd worden. Het was de tijd van de illusies, die na 1930 plaatsmaakte voor de harde werkelijkheid van de economische crisis, die over de hele wereld raasde.

 

1933 - 1955: De 2e Wereldoorlog en de 4e Republiek

In 1933 komt Hitler aan de macht in Duitsland. De economische crisis geeft Hitler de wind in de rug als hij een Groot Duits rijk gaat opbouwen door agressieve annexatie van de omringende landen.
Op 10 mei 1940 wordt Frankrijk voor de tweede keer in 30 jaar vanuit het noordoosten binnengevallen door Duitse legers.
Maar Frankrijk is oorlog voeren moe. Het leger graaft zich ditmaal niet in sompige loopgraven in. De Duitsers kunnen op 14 juni 1940 zonder veel moeite Parijs innemen.
Maarschalk Pétain - held uit de Eerste Wereldoorlog - tekent op 22 juni de wapenstilstand, zogezegd om erger te voorkomen. Het land wordt in 2 zones verdeeld: Het vrije Frankrijk onder Maarschalk Pétain, waarvan de regering in Vichy komt. En een door de Duitsers bezet noordelijk deel.

Vichy-France toont zich tegenover de Duitse overheerser welwillend en meewerkend, wat overigens gezien moet worden in het licht van de gedachte dat Hitler-Duitsland voor langere tijd de belangrijkste machtsfactor in Europa zou blijven.
Van "vrijheid-gelijkheid-broederschap" is geen sprake meer: Vichy-France is een dictatuur. De staat verleent hulp aan de Duitse Gestapo bij de jacht op joden en verzetsmensen.
Maar op 17 juni 1940 is generaal de Gaulle naar Engeland overgestoken en verzekert de Fransen via de BBC radio dat de strijd nog niet te einde is. De Gaulle weet vanuit Engeland het Franse verzet aan zich te binden en stelt een vrije Franse regering in ballingschap samen. Na de geallieerde invasie op 6 juni 1944 volgt de vrije Franse regering de invasiemacht op de voet.


Pegasus bridge over de Orne, Bénouville, Calvados

 

Vichy Frankrijk valt. Leden van deze "foute" regering worden later ter dood veroordeeld voor hun rol in de jodenvervolging en executies van verzetsmensen.
De Gaulle wordt tijdelijk president, maar de eerste vrije verkiezingen brengt de politiek van voor de oorlog weer terug. De 4e Republiek wordt op in oktober 1946 een feit onder predident Auriol, maar zonder de glorieuze generaal.

De wederopbouw wordt voortvarend ter hand genomen. De Franse staat speelt een belangrijke economische rol, onder andere door het nationaliseren van bedrijven. Zo wordt autobouwer Renault, die in de oorlog collaboreerde, voor straf door de staat overgenomen.
Politiek gezien is de 4e Republiek echter een chaos, waar de kabinetten van links en rechts elkaar in hoog tempo afwisselen.

 

1956 - 1962: De Algerijnse crisis

Sinds de economische bloeiperiode van 1850 had Frankrijk veel koloniën in de Stille Zuidzee (Tahiti), het verre oosten (Vietnam) en Afrika.
Het Frankrijk ten tijde van de 4e Republiek wilde eigenlijk geen verschil maken tussen de burgers in het moederland en de burgers in de koloniën, zoals Engeland wel deed. Anderzijds zou het gelijkschakelen van volken in afgelegen gebieden - met een lagere levensstandaard dan de rijke Fransen in het moederland - grote financiële offers van het moederland vragen. Bovendien zouden de overzeese gebiedsdelen vanwege hun hoge bevolkingsaantal een krachtige stem krijgen in de Franse politiek.
Er moest dus verzelfstandigd worden.

Dat ging in Tunesië en Marokko in 1956 tamelijk voorspoedig, maar in Algerije woonden ruim 1 miljoen Franse kolonialisten, de Pied Noirs (zwarte voeten) vanwege de schoenen die ze droegen, in tegenstelling tot de inheemse bewoners op blote voeten.
De kolonialisten, gesteund door de lokale inwoners op Franse hand (de "Harki's"), voerden een felle gewapende strijd tegen het Algerijnse bevrijdingsfront FLN, waarbij Frankrijk uiteindelijk het leger inzet om de Algerijnse opstand te onderdrukken.
De chaotische politieke verhoudingen komen door de burgeroorlog, die over dreigt te slaan naar het Franse vasteland, op scherp te staan. Generaal de Gaulle werpt zich op als redder der natie en op 1 juni 1958 draagt de zittende president van de 4e republiek de macht over aan de Gaulle. Hoewel de Gaulle direct naar Algiers afreist en de Pieds Noirs toeroept "Je vous ai compris" (ik heb u begrepen), heeft hij toch een ander idee daarover:
Een zelfstandig Algerije is onvermijdelijk.

Deze politieke lijn stuit alsnog op hevig verzet van de verdedigers van een Frans Algerije, waaronder invloedrijke legergeneraals. Ze plegen bijna een staatsgreep. In april 1961 hebben hevige onlusten in Parijs honderden doden tot gevolg, maar dit wordt officieel verzwegen. In 1962 slaagt hun ultrarechtse Organisation Armeé Secrète (OAS ) er net niet in de Gaulle te vermoorden.
Uiteindelijk wordt Algerije op 3 juli 1962 zelfstandig, na een proces dat een diep trauma in de Franse samenleving achterlaat en vele duizenden slachtoffers heeft gekost. De Fransgezinde bevolking van Algerije vlucht hals over kop naar de dichtstbijzijnde Franse haven Port Vendres, waar een monument aan deze roerige tijd herinnert.


Port Vendres, Pyrénées Oriëntales

 

1958 - 1968: De Gaulle

De politieke constructie van de 4e Republiek, waar de regering het dagelijks bestuur uitoefende en het parlement alle macht had, leidde regelmatig tot het vallen van het kabinet. Toen De Gaulle in 1958 gevraagd werd als Minister-President de Algerijnse crisis te bezweren, begon hij direct met het oprichten van de 5e Republiek, waar een nieuwe grondwet in een machtsdeling voorzag tussen regering en staatshoofd. Het staatshoofd - Monsieur le President - (hijzelf dus) kreeg veel meer macht toebedeeld dan de regering en de exacte grens van die macht werd niet vastgelegd. Dat kon het staatshoofd zelf bepalen.
Daardoor werd Frankrijk met de komst van de 5e Republiek een soort democratisch bestuurde dictatuur.

De politiek van De Gaulle draaide maar om 1 ding: Frankrijk was het middelpunt van de wereld en de Fransen het knapste en beste volk dat er rondliep. De krachtige Amerikaanse invloed in Europa was hem een doorn in het oog en hij deed er alles aan om Frankrijk een leidende rol op het Europese toneel te laten spelen. Frankrijk trad uit de NATO en ontwikkelde zijn eigen kernmacht.
Al sinds eind jaren vijftig probeerde Frankrijk via Europese verdragen een Europa te laten ontstaan waarin de macht van de Amerikanen geen grote rol kon spelen. Eerst werd de Europese gemeenschap voor Kolen en Staal opgericht, wat later de Europese Economische Gemeenschap (EEG) werd. Deze ontwikkelingen resulteerden decennia later tot de Europese Monetaire Unie en de komst van de Euro in 2001.

 

1968: De Mei-revolutie

In Amerika is de bloemenrevolutie, als vredesbeweging tegen de oorlog in Vietnam, al enige jaren gaande. In mei 1968 slaat in Frankrijk de vlam in de pan: De Universiteit van Nanterre (voorstad van Parijs) wordt gesloten na hevige studentenprotesten. De protestacties breiden zich uit naar andere universiteiten. In de nacht van 10 mei 1968 komt het tot hevige rellen in de straten rond de Sorbonne. Na de rellen breken er overal in het land wilde stakingen uit.
De "culturele revolutie" doet de conservatieve machthebbers uit het pluche opveren. Hoorden ze daar het gepeupel rammelend aan de poorten, werd daar in het vlammenlicht reeds een guillotine opgericht ? Moest er gevlucht worden of kon het volk nog getemd worden met een andere aanpak ?

Niet na de beroemde Revolutie uit 1789, maar na de Mei-opstand van 1968 kreeg Vrijheid - Gelijkheid- Broederschap ook voor de gewone arbeiders de juiste betekenis.
Hoewel Mei 1968 meer een sociaal-culturele revolutie was dan een aanval op de staat veranderde ook de visie op het landsbestuur. De departementen bundelden zich in regio's die een groot deel van de besluitvorming van Parijs overnamen.

In 1969 maakt president de Gaulle plaats voor Pompidou en al kort daarop, in 1970, overlijdt de grote generaal in Colombey les deux Eglises.
Een tijdperk is ten einde, de rest is historie.


Ile de la Cité, Parijs

 

bron:
Geschiedenis van Frankrijk - Histoire de France , eerste uitgave Hatier 1992
Pascal Balmand isbn 90 274 4432 3